Als ik kijk naar het voorstel van de EU om AI-apps die mensen digitaal kunnen “uitkleden” volledig te verbieden, kan ik eigenlijk maar tot één conclusie komen: dit is hard nodig. Het voelt voor mij als een logische stap in een tijd waarin technologie sneller ontwikkelt dan onze normen en regels kunnen bijbenen.
Wat mij vooral raakt, is hoe laagdrempelig dit soort tools zijn. Met een paar klikken kan iemand een nep-naaktbeeld van een ander maken — zonder toestemming. Dat is niet alleen een inbreuk op privacy, maar voor mij ook gewoon een vorm van digitaal misbruik. Het maakt eigenlijk niet eens uit dat het beeld “nep” is; de impact op slachtoffers is echt en kan enorm zijn.
Ik vind het eerlijk gezegd schokkend hoe makkelijk dit soort apps te vinden en te gebruiken zijn. Dat maakt de drempel om ze te misbruiken extreem laag, zeker onder jongeren. Het idee dat iemand zomaar een klasgenoot, collega of zelfs een onbekende online kan “uitkleden”, voelt voor mij gewoon grensoverschrijdend.
Tegelijk zie ik ook dat de EU hiermee een duidelijk signaal probeert af te geven: niet alles wat technisch mogelijk is, moet ook toegestaan zijn. Dit soort AI-toepassingen worden terecht gezien als schadelijk en een risico voor fundamentele rechten zoals privacy en waardigheid.
Toch vraag ik me af of een verbod alleen voldoende is. Technologie stopt niet bij de Europese grenzen, en dit soort apps kunnen waarschijnlijk nog steeds via omwegen worden gebruikt. Daarom denk ik dat bewustwording minstens zo belangrijk is als wetgeving. Mensen — en vooral jongeren — moeten begrijpen waarom dit schadelijk is, niet alleen dat het verboden is.
Al met al sta ik achter het plan van de EU. Voor mij is dit geen beperking van innovatie, maar juist een noodzakelijke grens. Technologie moet mensen beschermen, niet kwetsen.