- Door - Patrick Petersen
- Geplaatst op
- Geplaatst in Algemeen
Puntegale liep eind jaren negentig voorop met duurzaam wonen én ondernemen
Eind jaren negentig was ik ondernemer en bestuurslid van een uniek, duurzaam verzamelgebouw. Lang voordat begrippen als smart buildings, circulair watergebruik en energiemanagement gemeengoed werden, kreeg het voormalige belastingkantoor aan de Rotterdamse Westzeedijk een opvallend duurzaam tweede leven. Het monumentale gebouw werd eind jaren negentig verbouwd tot Puntegale: een combinatie van 201 moderne woningen en ruimte voor ongeveer dertig ondernemingen.
Achter de imposante gevel ging voor die tijd bijzonder vooruitstrevende technologie schuil. Het oorspronkelijke krantenartikel sprak daarom toepasselijk van ‘Hightech in een monument’. Het gebouw moest niet alleen comfortabel en veilig zijn, maar ook zuinig omgaan met energie en water.
Van belastingkantoor naar woon- en werkgebouw
Het markante pand huisvestte bijna een halve eeuw de Belastingdienst. In de volksmond werd de naastgelegen Puntegaalstraat zelfs de ‘Plukmekaalstraat’ genoemd. Nadat de fiscus naar de Kop van Zuid verhuisde, kreeg het oude kantoor een nieuwe bestemming. Stadswonen, destijds bekend als de Stichting Studenten Huisvesting Rotterdam, liet het gebouw verbouwen tot 201 woningen en verschillende bedrijfsruimten. Volgens het oorspronkelijke artikel gingen achter de gevel dertig ondernemingen schuil. Daarmee was Puntegale niet alleen een woongebouw, maar ook een plek waar jonge bedrijven en ondernemers zich konden vestigen.
De hoge ramen en de monumentale uitstraling van het gebouw bleven tijdens de verbouwing behouden. Achter sommige ramen kwamen woningen met twee verdiepingen en een vide. De historische buitenkant werd zo gecombineerd met een moderne woon- en werkomgeving.
Duurzaamheid zat in de kelder én op het dak
De belangrijkste duurzame voorzieningen waren voor voorbijgangers nauwelijks zichtbaar. In de kelder en op het dak werden installaties aangebracht die het energie- en waterverbruik moesten terugdringen. Het krantenartikel beschreef onder meer:
“Zonnecollectoren, speciale warmwaterinstallaties en (regen)waterreservoirs helpen bij zuinig gebruik van energie, warm water en regenwater voor het doorspoelen van de toiletten.”
Ook beschikte Puntegale over een centraal gebouwbeheersysteem. Dat systeem kon storingen in bijvoorbeeld de verwarming of de lift automatisch doorgeven aan de beheerder. De bedoeling was dat een monteur al aan het werk kon zijn voordat bewoners of ondernemers iets van de storing merkten. Sensoren in de woningen zorgden voor verdere energiebesparing. Wanneer gedurende langere tijd geen beweging werd waargenomen, schakelden de verwarming en de afzuiging automatisch over op een zuinige nachtstand. Zodra iemand weer langs de sensor liep, werden de normale instellingen geactiveerd. Voor ondernemers betekende deze centrale aanpak dat zij konden werken in een gebouw waarin voorzieningen collectief werden georganiseerd. Gas, water, telefonie en kabel werden gezamenlijk ingekocht. Daardoor konden de kosten lager blijven en hoefden gebruikers niet afzonderlijk met verschillende nutsbedrijven te onderhandelen.
Een vroege voorloper van het slimme gebouw
Een sleutelkaart vormde het hart van het technische systeem. De kaart leek op een bankpas met chip en kon veel meer dan alleen een deur openen. Bewoners konden er hun verwarming mee activeren, betalingen aan Stadswonen verrichten en zelfs een auto huren. Wanneer iemand de woning verliet en de kaart uit het systeem haalde, controleerde het gebouw of er nog een raam openstond of een kookplaat aanstond. Het artikel vatte de transformatie treffend samen met de woorden:
“Plukmekaal werd plug and play.”
Ook de ondernemers in het pand profiteerden van het gebouwbeheer, de centrale aansluitingen en de aanwezigheid van verschillende diensten. Puntegale bood daarmee een vroege vorm van een geïntegreerde woon-werkomgeving: monumentaal van buiten, digitaal en duurzaam van binnen. Directeur Jean Baptiste Bernaard van Stadswonen legde destijds uit waarom de vele voorzieningen niet automatisch tot extreem hoge kosten leidden:
“Alle leidingen liggen er al. Je hebt niet voor iedere woning een aparte verwarmingsketel en afzuiging nodig en doordat je gas, water, telefoon en kabel in het groot inkoopt, is de prijs lager.”
Innovatie ging gepaard met kinderziekten
De introductie van zoveel nieuwe technologie verliep niet zonder problemen. Kort voor de officiële ingebruikname klaagden bewoners onder meer over niet-werkende verwarmingen, lekkages, vochtproblemen en deuren die soms zelfs met een gewone bankpas konden worden geopend.
Daarnaast liep de verbouwing vertraging op nadat vandalen brandkranen op de vijfde verdieping hadden opengedraaid. Daardoor ontstond volgens het artikel voor meer dan een miljoen gulden schade. Om de afgesproken opleverdata toch te halen, werden de eerste woningen in gebruik genomen terwijl nog niet alle werkzaamheden waren afgerond.
Bernaard erkende dat er sprake was van ongemakken en technische kinderziekten:
“Die, en wat kinderziekten, veroorzaakt door de nieuwe vindingen die in het gebouw zijn verwerkt, zijn we stuk voor stuk aan het wegwerken.”
Ondernemen in een duurzaam monument
Ondanks de aanloopproblemen was Puntegale zijn tijd ver vooruit. Het gebouw combineerde eind jaren negentig monumentaal hergebruik met zonnecollectoren, regenwateropvang, centrale energievoorzieningen, sensoren en digitaal toegangsbeheer.
Voor de ongeveer dertig ondernemingen bood het pand bovendien een bijzondere vestigingsplaats. Zij werkten niet in een traditioneel bedrijvencentrum, maar in een gemengd gebouw waarin wonen, ondernemen, dienstverlening en duurzaamheid samenkwamen.
Wat destijds als experimentele hightech werd gepresenteerd, herkennen we tegenwoordig als onderdelen van een modern smart building. Daarmee kan Puntegale worden gezien als een vroege Rotterdamse voorloper van duurzaam en slim vastgoed: een monument dat niet werd gesloopt, maar opnieuw werd gebruikt en technisch werd voorbereid op de toekomst.
Foto’s: Stadswonen 2026




